Negen tips voor een goede AWBZ indicatie

Bij die indicatiestelling wordt rekening gehouden met de zorg en hulp die u nu
al krijgt van mensen om u heen, of die u zou kunnen krijgen van huisgenoten.
Daarbij gelden duidelijke richtlijnen, vastgelegd in het zogenoemde 'werk-
document gebruikelijke zorg'.

Tip 1: Vraag tijdig hulp. Ook als u nu al hulp krijgt waar u hoe langer hoe minder
           mee uit komt, vraag dan tijdig om een herindicatie. Ook als de termijn van de
           vorige indicatie nog niet verstreken is. Denk niet te snel dat u het ‘nog wel redt’.
           Als u hulp nodig hebt, hebt u daar recht op. Bovendien kunnen er weken (soms
           maanden) voorbij gaan voordat u de hulp daadwerkelijk krijgt.

Tip 2: Zet vooraf op een rijtje wat uw hulpvraag precies is. Loop uw dag na en
           bedenk op welk moment u hulp nodig hebt bij uw gewone dagelijkse activiteiten.
           Schrijf uw bevindingen op. Doe dit zo nodig een paar dagen achter elkaar, aan
           de hand van een schema per uur, waarop u invult wat u gedaan hebt en of dat
            wel of niet goed ging.

Tip 3: Wees eerlijk. Doe u niet beter voor dan u bent, maar ook niet slechter.
           Denk niet te snel dat het met een beetje hulp allemaal wel zal gaan.
           U vraagt niet voor niets hulp.

Tip 4: Probeer rustig te blijven tijdens het gesprek met de indicatiesteller.
          Stel u onafhankelijk op. Ook als die indicatiesteller u een beetje belerend
          gaat toespreken, wat helaas nog wel eens voorkomt.
          Heftige emoties (zoals boosheid of tranen) doen u meestal geen goed.

Gebruikelijke zorg
Huisgenoten zorgen voor elkaar. Tenminste, tot op zekere hoogte. Deze zorg en
hulp wordt 'gebruikelijke zorg' genoemd. Als er een huisgenoot zulke gebruikelijke
zorg kan verlenen, dan krijgt u voor deze zorg en hulp geen indicatie. De indicatie-
organen beschikken over uitgebreide lijsten van wat gebruikelijke zorg is en wat niet.
Hieronder staan een aantal voorbeelden.

Kinderen
De volledige zorg voor jonge kinderen door hun ouders wordt als gebruikelijke zorg
beschouwd. Die zorg omvat niet alleen persoonlijke verzorging, maar ook opvoeding
en begeleiding. Hierdoor is het moeilijk geworden om een indicatie te krijgen voor
zorg en begeleiding voor kinderen onder de vier jaar. Alleen kinderen met ernstige
handicaps, die intensieve verzorging nodig hebben, komen er nog voor in aanmerking.

Tip 5: Hebt u een jong kind dat meer dan de gebruikelijke zorg, of begeleiding
           nodig heeft, maak dit dan goed duidelijk aan de indicatiesteller. Geef praktijk-
           voorbeelden, waarbij u uw eigen situatie vergelijkt met die van ouders van
           kinderen zonder handicap of ziekte.

Verzorging
Kortdurende persoonlijke verzorging door een partner waar u mee woont, wordt
beschouwd als gebruikelijke zorg. Denk bij persoonlijke verzorging aan wassen (op bed,
onder de douche of in bad), aankleden, tanden poetsen, haren kammen, opmaken,
helpen met eten en drinken en hulp bij het verwisselen van incontinentiematerialen
en naar het toilet gaan. Alleen als het gaat om persoonlijke verzorging die langer
duurt dan drie maanden, kunt u er een indicatie voor krijgen.

Tip 6: Als u uw gehandicapte kind of partner thuis wilt gaan verzorgen, zijn er
           twee mogelijkheden om toch huishoudelijke hulp vergoed te krijgen.
           (1) U vertelt bij de indicatiestelling duidelijk dat u niet aan het huishouden toekomt,
           als u uw kind of partner thuis gaat verzorgen. In dat geval kan er namelijk wel
           een indicatie worden gegeven voor huishoudelijke hulp.
           (2) Met een pgb hebt u bestedingsvrijheid.
           Dat betekent dat u met een pgb dat is toegekend op grond van een indicatie
           voor persoonlijke verzorging, ook iemand kunt inhuren om het huishouden te doen.

Tip 7: Maak tijdens de indicatie duidelijk dat de hulp die uw partner tot nu toe
           verleende, tijdelijk was en uitsluitend bedoeld voor de korte duur. 

Mantelzorg
Mantelzorg is in de nieuwe regeling iets anders dan gebruikelijke zorg. Bij mantelzorg
gaat het om mensen die u niet zouden hoeven helpen (omdat dat 'gebruikelijk' is),
maar dat toch doen. Persoonlijke verzorging door een huisgenoot (zoals uw partner),
die langer duurt dan drie maanden wordt beschouwd als mantelzorg (en dus niet
als gebruikelijke zorg).
Krijgt u nu al mantelzorg en die hulp loopt goed, dan krijgt u geen indicatie voor
zorg in natura of een persoonsgebonden budget. Alleen als deze mantelzorger
overbelast dreigt te raken of u niet langer wil helpen, kunt u een indicatie krijgen
voor zorg of begeleiding door een instelling of via een persoonsgebonden budget.

Tip 8: Vertel welke hulp u krijgt van mensen uit uw omgeving, maar overdrijf die
            hulp beslist niet. Iedereen helpt wel eens een handje, maar dat is iets heel anders
            dan de dagelijkse verantwoordelijkheid voor uw persoonlijke verzorging of de
            dagelijkse begeleiding van uzelf of uw kind.

Tip   9: Denk ook eens aan de mogelijkheid van logeeropvang. Misschien kunnen
             de mantelzorgers de hulp beter volhouden als u (of uw gehandicapte kind of partner)
             zo nu en dan even ergens anders opgevangen wordt, bij een instelling voor logeer-
             opvang, in een pleeggezin of op een ander logeeradres met volledige verzorging
             en begeleiding.
             Ook logeeropvang kunt u zelf regelen met een persoonsgebonden budget.

terug