Bij die indicatiestelling wordt rekening
gehouden met de zorg en hulp die u nu
al krijgt van mensen om u heen, of die u zou kunnen krijgen van huisgenoten.
Daarbij gelden duidelijke richtlijnen, vastgelegd in het zogenoemde 'werk-
document gebruikelijke zorg'.
Tip 1: Vraag tijdig hulp.
Ook als u nu al hulp krijgt waar u hoe langer hoe minder
mee uit komt, vraag dan tijdig om een herindicatie. Ook als de termijn van
de
vorige indicatie nog niet verstreken is. Denk niet te snel dat u het ‘nog
wel redt’.
Als u hulp nodig hebt, hebt u daar recht op. Bovendien kunnen er weken (soms
maanden) voorbij gaan voordat u de hulp daadwerkelijk krijgt.
Tip 2: Zet vooraf op een
rijtje wat uw hulpvraag precies is. Loop uw dag na en
bedenk op welk moment u hulp nodig hebt bij uw gewone dagelijkse
activiteiten.
Schrijf uw bevindingen op. Doe dit zo nodig een paar dagen achter elkaar,
aan
de hand van een schema per uur, waarop u invult wat u gedaan hebt en of dat
wel of niet goed ging.
Tip 3: Wees eerlijk. Doe
u niet beter voor dan u bent, maar ook niet slechter.
Denk niet te snel dat het met een beetje hulp allemaal wel zal gaan.
U vraagt niet voor niets hulp.
Tip 4: Probeer rustig te
blijven tijdens het gesprek met de indicatiesteller.
Stel u onafhankelijk op. Ook als die indicatiesteller u een beetje belerend
gaat toespreken, wat helaas nog wel eens voorkomt.
Heftige emoties (zoals boosheid of tranen) doen u meestal geen goed.
Gebruikelijke zorg
Huisgenoten zorgen voor elkaar. Tenminste, tot op zekere hoogte. Deze zorg en
hulp wordt 'gebruikelijke zorg' genoemd. Als er een huisgenoot zulke
gebruikelijke
zorg kan verlenen, dan krijgt u voor deze zorg en hulp geen indicatie. De
indicatie-
organen beschikken over uitgebreide lijsten van wat gebruikelijke zorg is en wat
niet.
Hieronder staan een aantal voorbeelden.
Kinderen
De volledige zorg voor jonge kinderen door hun ouders wordt als gebruikelijke
zorg
beschouwd. Die zorg omvat niet alleen persoonlijke verzorging, maar ook
opvoeding
en begeleiding. Hierdoor is het moeilijk geworden om een indicatie te krijgen
voor
zorg en begeleiding voor kinderen onder de vier jaar. Alleen kinderen met
ernstige
handicaps, die intensieve verzorging nodig hebben, komen er nog voor in
aanmerking.
Tip 5: Hebt u een jong
kind dat meer dan de gebruikelijke zorg, of begeleiding
nodig heeft, maak dit dan goed duidelijk aan de indicatiesteller. Geef
praktijk-
voorbeelden, waarbij u uw eigen situatie vergelijkt met die van ouders van
kinderen zonder handicap of ziekte.
Verzorging
Kortdurende persoonlijke verzorging door een partner waar u mee woont, wordt
beschouwd als gebruikelijke zorg. Denk bij persoonlijke verzorging aan wassen
(op bed,
onder de douche of in bad), aankleden, tanden poetsen, haren kammen, opmaken,
helpen met eten en drinken en hulp bij het verwisselen van
incontinentiematerialen
en naar het toilet gaan. Alleen als het gaat om persoonlijke verzorging die
langer
duurt dan drie maanden, kunt u er een indicatie voor krijgen.
Tip 6: Als u uw
gehandicapte kind of partner thuis wilt gaan verzorgen, zijn er
twee
mogelijkheden om toch huishoudelijke hulp vergoed te krijgen.
(1) U vertelt
bij de indicatiestelling duidelijk dat u niet aan het huishouden toekomt,
als u uw kind of
partner thuis gaat verzorgen. In dat geval kan er namelijk wel
een indicatie
worden
gegeven voor huishoudelijke hulp.
(2) Met een pgb hebt u bestedingsvrijheid.
Dat betekent dat u met een pgb dat is toegekend op grond van een indicatie
voor persoonlijke verzorging, ook iemand kunt inhuren om het huishouden te
doen.
Tip 7: Maak tijdens de
indicatie duidelijk dat de hulp die uw partner tot nu toe
verleende, tijdelijk was en uitsluitend bedoeld voor de korte duur.
Mantelzorg
Mantelzorg is in de nieuwe regeling iets anders dan gebruikelijke zorg. Bij
mantelzorg
gaat het om mensen die u niet zouden hoeven helpen (omdat dat 'gebruikelijk'
is),
maar dat toch doen. Persoonlijke verzorging door een huisgenoot (zoals uw
partner),
die langer duurt dan drie maanden wordt beschouwd als mantelzorg (en dus niet
als gebruikelijke zorg).
Krijgt u nu al mantelzorg en die hulp loopt goed, dan krijgt u geen indicatie
voor
zorg in natura of een persoonsgebonden budget. Alleen als deze mantelzorger
overbelast dreigt te raken of u niet langer wil helpen, kunt u een indicatie
krijgen
voor zorg of begeleiding door een instelling of via een persoonsgebonden budget.
Tip 8: Vertel welke hulp
u krijgt van mensen uit uw omgeving, maar overdrijf die
hulp beslist niet. Iedereen helpt wel eens een handje, maar dat is iets heel
anders
dan de dagelijkse verantwoordelijkheid voor uw persoonlijke verzorging of de
dagelijkse begeleiding van uzelf of uw kind.
Tip 9: Denk ook eens aan
de mogelijkheid van logeeropvang. Misschien kunnen
de mantelzorgers de hulp beter volhouden als u (of uw gehandicapte kind of
partner)
zo nu en dan even ergens anders opgevangen wordt, bij een instelling voor
logeer-
opvang, in een pleeggezin of op een ander logeeradres met volledige
verzorging
en begeleiding.
Ook logeeropvang kunt u zelf regelen met een persoonsgebonden budget.